Hierna de eerder genoemde mini-synthese van enkele van de meest elementaire verbanden tussen voeding en hormonaal bepaald sociaal gedrag bij gouldamadines, met het oog op stabiele kweekresultaten.
Korte samenvatting
Om hormonen te kunnen maken heeft het gouldlichaam welbepaalde bouwstoffen en hulpstoffen nodig. Hetzelfde geldt voor onderhoud van het zenuwstelstel dat in directe verbinding staat met het hormoonstelsel. Teneinde vlot te kunnen blijven functioneren heeft het zenuwstelsel in de eerste plaats nood aan verschillende types B-vitamines, gekoppeld aan specifieke elementen uit hoogwaardige vetstructuren. Daarnaast zijn tevens een resem van gevarieerde bio-actieve hulpstoffen onontbeerlijk, voor gouldamadines idealiter vooral te verwerven via grassen en overige bronnen uit groen en/of fruit. De eerstgenoemde categorie hulpstoffen, de B-vitamines, dienen voor een optimale werking van het zenuwstelsel in constante hoeveelheden aanwezig te blijven. Dus dienen ze dagelijks via de voeding aangereikt, daar het lichaam zelf geen lange stockering van wateroplosbare vitamines voorziet. Hetzelfde geldt in enigszins mindere mate, voor de genoemde specifieke elementen uit vetstructuren. De tweede genoemde verzameling hulpstoffen (de zogenaamde "bio-actieve hulpstoffen"- vooral uit verse plantaardige bronnen) zijn idealerwijze in aanzienlijke grotere fracties noodzakelijk dan wat algemeen door kwekers wordt gehanteerd in voeding voor zaadeters. Met andere woorden is het louter een vaststelling, dat deze bio-actieve hulpstoffen uit verse plantaardige bronnen op de meeste hokken - dag aan dag- doorgaans in te geringe mate aanwezig zijn in het voedingsregime.
Een vlot functionerend hormoonstelsel heeft daarbovenop dan ook weer nog andere specifieke stoffen nodig. Zoals hierna stapsgewijze beschreven.
Verder van belang te weten :
• De eerste grondstof voor hormonen zijn aminozuren of eiwitten. Hormonen worden continu geneutraliseerd/geïnactiveerd, afgebroken en via de lever met de gal of via de nieren met de urine uitgescheiden. Vernieuwing door herhaalde aanmaak is derhalve noodzaak.
• Hormonen beïnvloeden de stofwisseling via het op gang brengen, versnellen of afremmen van bepaalde processen in de doelwitorganen.
• Hormonen zijn aanwezig in het bloed in uiterst kleine hoeveelheden en zijn vaak gebonden aan eiwitmoleculen met een transportfunctie.
• Hormonen worden afgegeven als antwoord op een specifieke prikkel. Afhankelijk van elektrische stimulatie of concentratie van hormonen of andere stoffen in het bloed geeft een hormoonklier minder of meer hormoon af.
• Kleine hoeveelheden hormoon kunnen opvallende veranderingen teweegbrengen in het fysiologisch functioneren, en tevens het gedrag van individuen ingrijpend beïnvloeden.
De goede werking van het endocrien systeem is afhankelijk van :
• de hoeveelheid circulerende hormonen (niet te hoog of niet te laag);
• de beschikbaarheid van grondstoffen voor aanmaak van hormonen;
• de beschikbaarheid van hulpstoffen;
• het aantal receptoren (aanlegplaatsen aan het oppervlak van de cel);
• de hoeveelheid "communicatiestof" geproduceerd in de doelcellen;
• de hoeveelheid metabolieten of hormonen gesynthetiseerd in de doelcellen;
• de goede werking van het "feedback-mechanisme" (proces van terugkoppeling met als functie de vereiste fractie hormoon in het bloed te bewerkstelligen).
Over alle processen heen blijft de hypofyse (zelf aangestuurd door de hypothalamus) ten aller tijde het meest prioritaire regelorgaan van de hormonenhuishouding; het is als het ware de hoofdcentrale van waar alle commando’s uit gaan naar alle overige hormonaalklieren die in het lichaam rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de voortplanting via aanmaak en afscheiding van hormonale secreties. Het opstarten van een actieve hypofyse is via allerlei biochemische processen binnen het vogellichaam –in het bijzonder bij gouldamadines- afhankelijk van beschikbaarheid van eiwitten, zowel kwalitatief als kwantitatief. Eiwitten -en dus aminozuren- moeten voldoende (precies genoeg, vooral niet te veel, en in de juiste vormgeving) en gevarieerd aangeleverd worden (verschillende dierlijke en voor gouldamadines tegelijk vooral ook plantaardige eiwitbronnen). Voldoende vitaminen, mineralen (alweer precies genoeg, best van natuurlijke oorsprong, en zeker niet éénzijdig te veel), tesamen met een resem andere bio-activieve hulpstoffen zijn absolute noodzaak voor het aanmaken en transporteren van hormonen, zowel als voor overdracht van neurologische prikkels. Om bijvoorbeeld de hypofyse en de bijnieren juist te kunnen laten functioneren moet het lichaam continu beschikking hebben over voldoende pantotheenzuur (B5). De schildklier is daarentegen afhankelijk van voldoende jodium (en tyrosine = aminozuur). De daaropvolgende dejodering van thyroxine (= hormoon) is
afhankelijk van voldoende selenium. Dan pas kan de lever zijn werk doen. De thymus en de mannelijke geslachts- hormonen kunnen niet fatsoenlijk functioneren zonder retinol (vit.A) en cobalamine (B12). De vrouwelijke geslachtsorganen hebben dan weer juist met name nicotinezuur (B3) en Pyridoxine (B6) nodig. Op haar beurt komt de alvleesklier sowieso in de problemen wanneer er niet voldoende ascorbinezuur (vit. C) dag aan dag wordt aangevoerd en continu beschikbaar is. Waarbij even later de driehoekswerking pancreas-bijnieren-hypofyse onder druk kan komen te staan in geval van onregelmatige aanvoer van vitamine C plus een aantal actief bufferende hulpstoffen van plantaardige oorsprong. Gevolgen van een scheefgetrokken driehoeksverhouding tussen pancreas, bijnieren en hypofyse leveren uiteindelijk vaak gouldamadines met ondermeer een voorbeschiktheid en aanleg voor suikerziekte en/of vetzucht, slepende rui of ruistop, of hoge tot zeer hoge stressgevoeligheid, of dik bloed, of hartstilstand, of afwijkend sociaal gedrag, of afwijkingen in voortplantingsbereidwilligheid, in nestzorg, in voedstergedrag etc.
Naast hulpstoffen onder de noemer "mineralen en vitamines", leveren plantaardige bronnen als grassen, onkruidplanten en zaadkiemen, tevens een waaier van andere bio-actieve componenten die cruciaal zijn voor een vlotte hormonaalwerking op termijn, wil men vrij blijven van afwijkingen in het voortplantingsgedrag van gouldamadines.
Afsluitend nog aan toe voegen dat klieren en organen geen van allen hun werk goed doen als ze niet voldoende magnesium, zink en tocoferol (vit.E) in onderling corresponderende hoeveelheden, tegelijkertijd in de buffers ter beschikking hebben.
Korte conclusie
De conclusie is aan diegenen die zich vandaag vogelkweker willen noemen.
Allen die vandaag blijven verkondigen “dat het gemakshalve volstaat om een kartonnen doos eivoer plus extra 'kweekvitamine' E te geven om goed te gaan kweken” (sic), begrijpen dat het gemak in dit geval de mens dient maar geenszins de vogels. Hormonale samenhang en stabiele kweekresultaten stoelen op “de juiste bouwstoffen en hulpstoffen, in de juiste corresponderende hoeveelheden, op de juiste ogenblikken”. Die “juiste corresponderende hoeveelheden op de juiste ogenblikken” zijn strikt verbonden met de klimatologische realiteit op het hok, zowel als strikt verbonden met de aangehouden kweekcycli op basis van optimale dag- en nachtlengtes. Elke gouldkweker weet dat de kortste dag in noordelijk Australië op jaarbasis 10 uur en 58 minuten beloopt. De langste dag van het jaar duurt in het Northern Territory 13 uur en 17 minuten. Praktijkafgeleiden op het hok dienen in deze zin altijd navenant te zijn. Op het Lievens-hok worden kweekdaglengtes gehandhaafd tussen 11,5 en 12,5 uur. Daar de nachten dus niet alleen vrij lang maar in winterse indoor-koudbroed uiteraard ook vrij “koel” dienen te zijn (in elk geval koeler dan aangehouden dagtemperaturen), worden er niet enkel vanzelfsprekende en natuurlijke aanpassingen voorzien in het voedingsmenu (wat de vogels voorgeschoteld krijgen), maar ook in het voedingsregime (wanneer ze specifieke voeding voorgeschoteld krijgen – met andere woorden is er dus “overdag-voeding” en daarnaast tevens “avondvoeding”)
Met andere woorden, voeding met “afwisseling in evenwicht” is noodzaak, met accenten waar en wanneer nodig. Pas dan kunnen stabiele kweekresultaten beoogd worden, over de jaren heen. Met daarbovenop een verlengde levensduur van de kweekvogels. Pas dan en alleen dan. Zeker wanneer het over gouldamadines gaat; gouldamadines die uitgesproken eiwitgevoelige vogels zijn. Commerciële vogelvoeding is daarbij op termijn nooit zaligmakend. Zoveel weet iedereen.
In de marge
"Ideale totaalvoeding" voor gouldamadines is nooit hetgeen wat commerciële spelers aan hun klanten voorstellen. Overigens is dat in praktijk niet of nauwelijks haalbaar. Commerciële vogelvoedingproducenten verschaffen aan liefhebbers op de eerste plaats “gemaksvoorzieningen”. De rest is voor de verantwoordelijkheid van de kweker. Ook al bestaan er vandaag mensen die verkondigen dat de voeding van de toekomst in een kunst-korreltje zit. "Volledige voeding" uit een pak of een zak, die in één klap alle specifieke behoeften over alle wisselende seizoenen dekt, bestaat niet. Overigens is het een quasi-onmogelijkheid, in praktijk vrijwel onhaalbaar, want "het zou onbetaalbaar worden".
Het is de kweker zelf die stapsgewijs dient te voorzien in de specifieke voedingsbehoeften eigen aan seizoen en situatie. In matigheid en regelmaat, met accenten waar en wanneer nodig. Met het oog op stabiele termijnresultaten. Lange-termijn-resultaten.
Korte samenvatting
Om hormonen te kunnen maken heeft het gouldlichaam welbepaalde bouwstoffen en hulpstoffen nodig. Hetzelfde geldt voor onderhoud van het zenuwstelstel dat in directe verbinding staat met het hormoonstelsel. Teneinde vlot te kunnen blijven functioneren heeft het zenuwstelsel in de eerste plaats nood aan verschillende types B-vitamines, gekoppeld aan specifieke elementen uit hoogwaardige vetstructuren. Daarnaast zijn tevens een resem van gevarieerde bio-actieve hulpstoffen onontbeerlijk, voor gouldamadines idealiter vooral te verwerven via grassen en overige bronnen uit groen en/of fruit. De eerstgenoemde categorie hulpstoffen, de B-vitamines, dienen voor een optimale werking van het zenuwstelsel in constante hoeveelheden aanwezig te blijven. Dus dienen ze dagelijks via de voeding aangereikt, daar het lichaam zelf geen lange stockering van wateroplosbare vitamines voorziet. Hetzelfde geldt in enigszins mindere mate, voor de genoemde specifieke elementen uit vetstructuren. De tweede genoemde verzameling hulpstoffen (de zogenaamde "bio-actieve hulpstoffen"- vooral uit verse plantaardige bronnen) zijn idealerwijze in aanzienlijke grotere fracties noodzakelijk dan wat algemeen door kwekers wordt gehanteerd in voeding voor zaadeters. Met andere woorden is het louter een vaststelling, dat deze bio-actieve hulpstoffen uit verse plantaardige bronnen op de meeste hokken - dag aan dag- doorgaans in te geringe mate aanwezig zijn in het voedingsregime.
Een vlot functionerend hormoonstelsel heeft daarbovenop dan ook weer nog andere specifieke stoffen nodig. Zoals hierna stapsgewijze beschreven.
Verder van belang te weten :
• De eerste grondstof voor hormonen zijn aminozuren of eiwitten. Hormonen worden continu geneutraliseerd/geïnactiveerd, afgebroken en via de lever met de gal of via de nieren met de urine uitgescheiden. Vernieuwing door herhaalde aanmaak is derhalve noodzaak.
• Hormonen beïnvloeden de stofwisseling via het op gang brengen, versnellen of afremmen van bepaalde processen in de doelwitorganen.
• Hormonen zijn aanwezig in het bloed in uiterst kleine hoeveelheden en zijn vaak gebonden aan eiwitmoleculen met een transportfunctie.
• Hormonen worden afgegeven als antwoord op een specifieke prikkel. Afhankelijk van elektrische stimulatie of concentratie van hormonen of andere stoffen in het bloed geeft een hormoonklier minder of meer hormoon af.
• Kleine hoeveelheden hormoon kunnen opvallende veranderingen teweegbrengen in het fysiologisch functioneren, en tevens het gedrag van individuen ingrijpend beïnvloeden.
De goede werking van het endocrien systeem is afhankelijk van :
• de hoeveelheid circulerende hormonen (niet te hoog of niet te laag);
• de beschikbaarheid van grondstoffen voor aanmaak van hormonen;
• de beschikbaarheid van hulpstoffen;
• het aantal receptoren (aanlegplaatsen aan het oppervlak van de cel);
• de hoeveelheid "communicatiestof" geproduceerd in de doelcellen;
• de hoeveelheid metabolieten of hormonen gesynthetiseerd in de doelcellen;
• de goede werking van het "feedback-mechanisme" (proces van terugkoppeling met als functie de vereiste fractie hormoon in het bloed te bewerkstelligen).
Over alle processen heen blijft de hypofyse (zelf aangestuurd door de hypothalamus) ten aller tijde het meest prioritaire regelorgaan van de hormonenhuishouding; het is als het ware de hoofdcentrale van waar alle commando’s uit gaan naar alle overige hormonaalklieren die in het lichaam rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de voortplanting via aanmaak en afscheiding van hormonale secreties. Het opstarten van een actieve hypofyse is via allerlei biochemische processen binnen het vogellichaam –in het bijzonder bij gouldamadines- afhankelijk van beschikbaarheid van eiwitten, zowel kwalitatief als kwantitatief. Eiwitten -en dus aminozuren- moeten voldoende (precies genoeg, vooral niet te veel, en in de juiste vormgeving) en gevarieerd aangeleverd worden (verschillende dierlijke en voor gouldamadines tegelijk vooral ook plantaardige eiwitbronnen). Voldoende vitaminen, mineralen (alweer precies genoeg, best van natuurlijke oorsprong, en zeker niet éénzijdig te veel), tesamen met een resem andere bio-activieve hulpstoffen zijn absolute noodzaak voor het aanmaken en transporteren van hormonen, zowel als voor overdracht van neurologische prikkels. Om bijvoorbeeld de hypofyse en de bijnieren juist te kunnen laten functioneren moet het lichaam continu beschikking hebben over voldoende pantotheenzuur (B5). De schildklier is daarentegen afhankelijk van voldoende jodium (en tyrosine = aminozuur). De daaropvolgende dejodering van thyroxine (= hormoon) is
afhankelijk van voldoende selenium. Dan pas kan de lever zijn werk doen. De thymus en de mannelijke geslachts- hormonen kunnen niet fatsoenlijk functioneren zonder retinol (vit.A) en cobalamine (B12). De vrouwelijke geslachtsorganen hebben dan weer juist met name nicotinezuur (B3) en Pyridoxine (B6) nodig. Op haar beurt komt de alvleesklier sowieso in de problemen wanneer er niet voldoende ascorbinezuur (vit. C) dag aan dag wordt aangevoerd en continu beschikbaar is. Waarbij even later de driehoekswerking pancreas-bijnieren-hypofyse onder druk kan komen te staan in geval van onregelmatige aanvoer van vitamine C plus een aantal actief bufferende hulpstoffen van plantaardige oorsprong. Gevolgen van een scheefgetrokken driehoeksverhouding tussen pancreas, bijnieren en hypofyse leveren uiteindelijk vaak gouldamadines met ondermeer een voorbeschiktheid en aanleg voor suikerziekte en/of vetzucht, slepende rui of ruistop, of hoge tot zeer hoge stressgevoeligheid, of dik bloed, of hartstilstand, of afwijkend sociaal gedrag, of afwijkingen in voortplantingsbereidwilligheid, in nestzorg, in voedstergedrag etc.
Naast hulpstoffen onder de noemer "mineralen en vitamines", leveren plantaardige bronnen als grassen, onkruidplanten en zaadkiemen, tevens een waaier van andere bio-actieve componenten die cruciaal zijn voor een vlotte hormonaalwerking op termijn, wil men vrij blijven van afwijkingen in het voortplantingsgedrag van gouldamadines.
Afsluitend nog aan toe voegen dat klieren en organen geen van allen hun werk goed doen als ze niet voldoende magnesium, zink en tocoferol (vit.E) in onderling corresponderende hoeveelheden, tegelijkertijd in de buffers ter beschikking hebben.
Korte conclusie
De conclusie is aan diegenen die zich vandaag vogelkweker willen noemen.
Allen die vandaag blijven verkondigen “dat het gemakshalve volstaat om een kartonnen doos eivoer plus extra 'kweekvitamine' E te geven om goed te gaan kweken” (sic), begrijpen dat het gemak in dit geval de mens dient maar geenszins de vogels. Hormonale samenhang en stabiele kweekresultaten stoelen op “de juiste bouwstoffen en hulpstoffen, in de juiste corresponderende hoeveelheden, op de juiste ogenblikken”. Die “juiste corresponderende hoeveelheden op de juiste ogenblikken” zijn strikt verbonden met de klimatologische realiteit op het hok, zowel als strikt verbonden met de aangehouden kweekcycli op basis van optimale dag- en nachtlengtes. Elke gouldkweker weet dat de kortste dag in noordelijk Australië op jaarbasis 10 uur en 58 minuten beloopt. De langste dag van het jaar duurt in het Northern Territory 13 uur en 17 minuten. Praktijkafgeleiden op het hok dienen in deze zin altijd navenant te zijn. Op het Lievens-hok worden kweekdaglengtes gehandhaafd tussen 11,5 en 12,5 uur. Daar de nachten dus niet alleen vrij lang maar in winterse indoor-koudbroed uiteraard ook vrij “koel” dienen te zijn (in elk geval koeler dan aangehouden dagtemperaturen), worden er niet enkel vanzelfsprekende en natuurlijke aanpassingen voorzien in het voedingsmenu (wat de vogels voorgeschoteld krijgen), maar ook in het voedingsregime (wanneer ze specifieke voeding voorgeschoteld krijgen – met andere woorden is er dus “overdag-voeding” en daarnaast tevens “avondvoeding”)
Met andere woorden, voeding met “afwisseling in evenwicht” is noodzaak, met accenten waar en wanneer nodig. Pas dan kunnen stabiele kweekresultaten beoogd worden, over de jaren heen. Met daarbovenop een verlengde levensduur van de kweekvogels. Pas dan en alleen dan. Zeker wanneer het over gouldamadines gaat; gouldamadines die uitgesproken eiwitgevoelige vogels zijn. Commerciële vogelvoeding is daarbij op termijn nooit zaligmakend. Zoveel weet iedereen.
In de marge
"Ideale totaalvoeding" voor gouldamadines is nooit hetgeen wat commerciële spelers aan hun klanten voorstellen. Overigens is dat in praktijk niet of nauwelijks haalbaar. Commerciële vogelvoedingproducenten verschaffen aan liefhebbers op de eerste plaats “gemaksvoorzieningen”. De rest is voor de verantwoordelijkheid van de kweker. Ook al bestaan er vandaag mensen die verkondigen dat de voeding van de toekomst in een kunst-korreltje zit. "Volledige voeding" uit een pak of een zak, die in één klap alle specifieke behoeften over alle wisselende seizoenen dekt, bestaat niet. Overigens is het een quasi-onmogelijkheid, in praktijk vrijwel onhaalbaar, want "het zou onbetaalbaar worden".
Het is de kweker zelf die stapsgewijs dient te voorzien in de specifieke voedingsbehoeften eigen aan seizoen en situatie. In matigheid en regelmaat, met accenten waar en wanneer nodig. Met het oog op stabiele termijnresultaten. Lange-termijn-resultaten.Tekstbewerking : Lester-Lawrence Lievens
Tekst : Ivan Lievens
0032-(0)53 83 82 24
__________________________________________________________












luchtdrukverschillen een allesbepalende rol spelen. Pas wanneer een blauwdruk hiervan ook op het hok als vanzelfsprekende seizoensevolutie wordt gehanteerd, kan de kweker rekenen op de meest spontane respons van de meest authentiek geïnstalleerde gould- instincten, steeds mooi harmonisch in balans met het tropisch-subtropisch 

steeds effen blauw, met letterlijk geen wolkje aan de lucht. De verzengende zon brandt genadeloos en verschroeiend. Ze verschraalt het landschap, dat nog slechts een verarmde indruk geeft met een povere begroeiing zonder groene grassen, seizoensbloemen of seizoenskruiden. Relatieve luchtvochtigheids- waarden overdag balanceren op zijn hoogst rond de 30%. Afhankelijk van het plaatselijke reliëfgegeven soms wel nog een stuk lager. In deze schrale periode is de natuur kalm, gereserveerd, vooral afwachtend. Zo weinig mogelijk inspanning is hier aangewezen. Dit is voor de gouldamadine immers de rustperiode. En meteen ook de gedwongen wachtperiode. Hier valt niets te winnen. Enkel eigen lijf en leden. Nu telt alleen het eigen overleven. Van voortplanting is in deze omstandigheden geen sprake.
Op het ogenblik dat de wolkenmassa dermate verzadigd is dat de regensluizen openvallen, begint het moessonseizoen. De moesson brengt water naar Noord-Australië. Water brengt hernieuwd leven. Eerst komt flora. Op jonge flora volgt even later microfauna : een hernieuwde golf van insectenleven dient zich aan. De vaststellingen voor de gouldamadine als soort doorheen haar evolutie zijn op dit vlak altijd zeer duidelijk geweest : Hernieuwde aanwezigheid van water is vast gekoppeld aan vers voedsel uit hernieuwde plantaardige en dierlijke bronnen. Het triple-gegeven van water, groen en insecten, volgend op een blank bord van schraalheid en schaarste, vormt derhalve op deze wijze de drievoudige sleutel voor hormonale drift en voortplanting.
Vrijwel van de ene dag op de andere is er dus water. Veel water. Water dat zich een weg heeft gebaand naar de laagst gelegen punten. Kreekjes, poelen en vijvers zijn volgelopen. Daarin volop aanwezigheid van massa’s halfverteerd plantenafval van het vorig seizoen, dat door de waterstromen naar de verzamelbassins wordt meegevoerd. Tegelijk navenant aan de stijging van het waterpeil in de poelen vermindert de electrische geleidbaarheid van het water door steeds oplopende verdunning van de mineraleninhoud. Enerzijds vermindert op deze manier de alkaliteit van het samengestroomde water. Terwijl anderzijds tegelijk op een korte tijdspanne van enkele dagen het water lichtjes aanzuurt door de chemische ontleding van bijeengestroomd plantaardig afval. Niet enkel kwalitatieve aspecten van het water veranderen. Hetzelfde geldt voor de luchtkwaliteit.
Naast de drievoudige voortplantingssleutel water-groen-insecten, is er daarnaast de zeer belangrijke fysische koppeling tussen overvloedige aanwezigheid van drinkwater in poelen en kreken enerzijds, en anderzijds een drastisch verhoogde luchtvochtigheid. Die zeer hoge luchtvochtigheid, specifiek volgend op een middellange periode van lage luchtvochtigheid, vormt meteen de tweede uiterst belangrijke sleutel tot “voorplanting-zonder-aarzeling”. Want alleen dan is er voor de gouldamadine geen enkel twijfel, alle klimaatsvoorwaarden om een volgende generatie nestjongen op adequate wijze groot te brengen, zijn aanwezig. Nu is het tijd om te handelen.
Bij al deze hernieuwde uitbundigheid qua drinkwater, voedselaanbod, en verhoogde luchtvochtigheid, gaan alle gouldamadines als ware opportunisten naarstig aan de kweek. Want het vruchtbare seizoen blijft immers niet duren. Net zolang de lucht vochtig genoeg blijft, betekent dat ook dat er tevens voldoende water in poelen en kreken voorradig is. Met daarnaast de vernieuwde flora en microfauna die als voedselbronnen aanwezig blijven. Tot zolang deze voorwaarden vervuld blijven, kunnen jongen grootgebracht worden. Elke gouldamadine weet het. Respectievelijk een grote en kleine moesson-golf zal voor gelegenheid tot voortplanting zorgen in de weken en maanden die volgen. Nadien is dat liedje afgelopen.
Weldra gaan hygrowaarden alweer richting 30- 35% gemiddeld op dagbasis. Nu en dan duikt de luchtvochtigheid overdag extreem laag. Water- reservoirs verkleinen zienderogen. Ondertussen zijn hormonale klieren gedeactiveerd en is ook de rui al lang volop ingezet. Resterende zaden- en vruchtenopbrengsten worden gretig verbruikt in het dagelijks dieet, want dierlijk eiwit uit insecten is schaars tot zeer schaars geworden.






1. wanneer gebruiken 




• Op aanvraag bij opbod geveild : 1 kweekman EK 2008 ok-witborst en 1 kweekman EK 2009 ok-paarsborst , uit Lievens-stamlijnen LB179 - 230/391.











