__________________________________________________________
Dia Slides Lievens Gouldamadines : Zichtbaar méér type, Zichtbaar méér gould, gouldamadine² = gouldamadine in het kwadraat








• Geen eieren rapen – geen pleegbroed
• Geen incestueuze inteelt
• Geen gebruik van antibiotica en chemo

1. ofwel gele milletsoorten
2. ofwel rode milletsoorten
3. ofwel witte milletsoorten
4. ofwel rode panis
5. ofwel gele panis
6. ofwel een overmatige combinatie van de voorgaande
1. bijvoorbeeld klein kempzaad
2. bijvoorbeeld perilla
1. In het belang van kweker en gouldamadines, is de eerste aanbeveling uiteraard om voor kweekdoeleinden met gouldamadines geen zaadmengelingen te gebruiken die afwijkende kenmerken vertonen zoals hierboven beschreven;
2. De tweede aanbeveling voor kwekers-consumenten vloeit voort uit de eerste : fabrikanten die nalaten om op de verpakking de samenstelling van de zaadmengeling in kwestie te vermelden, met inbegrip van gebruikte zaadsoorten en respectieve percentages, onthouden de liefhebber op deze wijze uiteraard elke mogelijkheid tot verificatie. Bovendien is het de vaststelling dat dergelijke zaadmengelingen niet steeds even constant zijn in hun samenstelling, maar door de fabrikant naargelang de evolutie van marktrealiteit en aankoopprijzen, in eerste instantie worden samengesteld in functie van kostprijsberekening en behoud van commerciële winstmarges. Aldus : vraag als kweker-consument van de fabrikant altijd een gedetailleerde opgave van samenstelling.



1. Witzaad / Platzaad
2. Japanse millet
3. Graszaden (van het grovere type – bvb raaigras).
4. Fijnzaden met specifieke vetstructuren (chia, teunis, ...)



1. vanaf begin rui tot einde rui progressief toegevoegd : fijnzaadmix bestaande uit een mengsel van overwegend
• timotee graszaad (55%) en
• chicoreizaad (25%),
verder strikt minimaal aangevuld met mengsel van omzeggens gelijke fracties
• weegbree (5%),
• teunis (3%),
• chia (3%),
• leindotter/dederzaad (3%),
• sesamzaad (3%) en
• anijszaad (3%).
Progressieve seizoenssupplementering van deze mix met 3% tot maximum 4% ( totaal 600 gr tot max. 800 gr toevoeging per 20 kg)
2. vanaf einde rui (tot einde rustfase) : stop fijnzaadmix en tegelijk toevoeging van een fractie millets, bestaande uit gelijke delen witte (25%) en gele (25%) millet, en 50% japanse millet, aanvankelijk met supplementering van niet meer dan 2kg, naar het eind van de rustfase progressief oplopend tot maximum 5 kg supplementaire millets per 20 kg basismengeling. (maximum verschraling gedurende laatste 3 weken van rustperiode/schrale periode)
3. Bij de start van het kweekseizoen wordt –voor een tijdspanne van ongeveer 2 weken- nog 1,5 kg tot max. 2 kg plat witzaad extra aan 20 kg basismix toegevoegd. Na afloop van deze eerste 2 weken volgt een extra toevoeging van de bovenbeschreven fijnzaadmix, max. 2% (=max.400gr) per 20 kg, tot einde kweek.



• 35 % wit platzaad, en
• 15 % japanse millet, en
• 20 % gele panis, en
• extra's van minstens 5-6% grove graszaden
(bovenop het aandeel platzaad)
1. ...bij aanvang van de kweek het obligate rustvet van kweekvogels zeer spontaan “wegsmelt” op minder dan een week tijd.
2. ...dat de aangeboden zaadmix steeds vrijwel integraal wordt opgegeten en door foeragerende gouldouders –naast zachtvoer- zeer gretig en consequent aan nestjongen gevoerd wordt; en derhalve ook nestjongen vanaf hun eerste levensdagen evenwichtige zetmeelverhoudingen toebediend krijgen, dus vanaf de allereerste levensdagen hun eigen energiebalans met het mechanisme van suikeromzetting naar reservevetten/opslagvet perfekt leren bespelen in synchrone samenloop met een intensieve eiwitvertering. Hetgeen zeker voor de latere gezondheid en levenskracht van typische grasvinken als gouldamadines alleen maar een pluspunt is.
3. ...dat gouldjongen in het nest steeds de perfecte spreiding van evenwichtige vetstapelingen over hun lichaam tonen (grotendeels dankzij de optimale kwaliteit van zetmeelverhoudingen in de zaadmix). Precies uit specifieke zetmelen in optimale verhoudingen laden nestjongen van gouldamadines op de meest aangewezen wijze hun glycogeenvoorraad vol, en zetten gouldamadines (volwassen zowel als jonge vogels) daarnaast wanneer nodig op de meest voordelige wijze suikers om naar makkelijke trigliceriden-stapelvettten.
• NU 2011 AL AANGEKOCHT /








Dus jawel, elk heeft -telkens binnen de eigen mogelijkheden- vast en zeker zijn eigen voorkeur waar het kleurtjes van gouldamadines betreft. Dat lijdt geen twijfel, elk debat is overbodig.En inderdaad, de ene houdt van bleek grasgroen, de andere van diep dennegroen. Of men houdt het maar bij koppen in ketchup-rood, of men streeft naar sprankelend robijnrood. Een volgende is al blij met mat getint paars op de borst van de gouldman, terwijl de andere alleen briljant iriserend hoogpaars in zijn kooien wil zien.

Wanneer mensen voor zichzelf gouldamadines gaan aanschaffen, willen 999 op 1000 mensen steeds de allergrootste formaatvogels mee naar huis kunnen nemen. Geen enkele twijfel.
 (citaat I.W.J.)


1. Hoeveel vleugelpennen, respectievelijk staartpennen heeft een gouldamadine ?
2. Wat is vandaag de dag het gemiddelde gewicht van een cultuurgouldamadine ?
3. Wanneer exact zet een gouldpop zich vast aan het broeden ? Vanaf het 2e, vanaf het 3e of vanaf het 4e ei ?
4. Na hoeveel dagen exact gerekend vanaf het broedbegin, kippen de jongen ? Na 13, na 14, na 15 of na 16 dagen ?
5. Na hoeveel dagen gemiddeld vlieden gouldjongen het nest ?
Na 17 dagen, na 20 dagen, na 23 dagen, of na 25 dagen ?
6. Hoeveel procent van haar totale lichaamscalcium- reserve benodigt een gouldpop gemiddeld voor het leggen van 1 ei ? Is het 5%, of 10%, of 15% of 20% ?
7. Noem de twee voornaamste, fysische factoren van invloed op de ruisnelheid.
8. Noem de twee voornaamste, fysische factoren verantwoordelijk voor toename van sexuele driftrespons en nestelingsbereidheid.
9. Welke kleurbepalende factoren geven ons optisch :
- een groene gouldrug ?
- een blauwe gouldrug ?
10. Waarom zal een gouldamadine quasi altijd zuigdrinken en bijna nooit schepdrinken, zoals onder meer een kanarie, een duif en een kip dat doen?



1. Vleugel- en staartpennen normaal 17 & 12, consequent doorgefokte stammen 18 & 12;
2. Lichaamsgewicht van 16,5 gr tot 24 gr, dus 20-21 gr. gemiddeld;
3. = strikvraag: gouldpop begint vast broeden altijd vanaf voorlaatst gelegde ei, hoeveel eieren zij in totaal ook legt;
4. In klimatologisch evenwichtig milieu : na exact (3 à 5uur minder dan) 14 dagen broeden, kippen de eieren;
5. In normale omstandigheden verlaten jonge gouldamadines het nest na 20 tot 21 dagen;
6. De productie van 1 ei kost een poppenlichaam ruwweg 20% van haar totale calciumreserve;
7. stabiel oplopende klimatologie (steeds warmer - steeds droger) & stabiel aflopende proteïnevoorziening (steeds minder eiwit);
8. hernieuwde aanwezigheid van water & royale eiwitverstrekking
9a. optisch groen = luteïne + zwarteumelanine + blauwstructuur + bruinphaeomelanine (+ minimaal bruineumelanine);
9b. optisch blauw = groen -luteïne;
10. Goulds doen aan zuigdrinken omwille van hun instinctieve gehaastheid, archetypisch geïnspireerd door hun opvallendheid in de wildbaan.


Goed begonnen is
Het kweek- materiaal waarmee men start, G O E I E D A G E N W E L K O M
O P D E P A G I N A V A N D E
PRACHTIGE G O U L D A M A D I N E
WIE KENT GELIJKGESTEMDE HOKKEN
OF VERGELIJKBARE GOULDAMADINES
DAN GRAAG UW SEINTJE DAAROVER




