Pagina's

zaterdag 8 oktober 2011

Mirjam's oranjekopman in Doetinchem,
een uitermate nieuwsgierige jongen !























__________________________________________________________

Dia Slides Lievens Gouldamadines : Zichtbaar méér type, Zichtbaar méér gould, gouldamadine² = gouldamadine in het kwadraat


zondag 25 september 2011

De pagina die je in deze blog zoekt bestaat helaas niet langer


Reden : opzegging van lidmaatschap SNGN

De afgelopen 8 jaar is continu gebleken dat de werkwijze binnen de SNGN niet langer trouw blijft aan de oorspronkelijke waarden en intenties van de SNGN-oprichters. Derhalve ook niet langer overeenstemt met de doelstellingen die wij inzake natuurlijke kweek van gouldamadines nastreven op het hok in Erpe-Mere, zijnde
• Geen eieren rapen – geen pleegbroed
• Geen incestueuze inteelt
• Geen gebruik van antibiotica en chemo

Deze essenties worden binnen de SNGN in almaar toenemende mate met de voeten getreden.
Na 17 jaar lidmaatschap heeft het Lievens-hok vanaf januari 2013 formeel afstand genomen van de SNGN, door opzegging van lidmaatschap.



Meer over kader en context...
Editoriaal over het dwangmatige gedrag van antibiotica-verslaafden in de gouldliefhebberij

zondag 18 september 2011

RUBRIEK  "KnowHow"  :
Speciaalzaadmengeling voor gouldamadines
Standaardmix met seizoensvariaties
Publicatie op herhaald verzoek



Gegeven en problematiek

In de handel zijn vandaag geen zaadmengsels  voorhanden die volledig voorzien in de specifieke   behoeften van de gouldamadine als soort, ook al   worden er op heden in de winkelrekken wel  enkele zaadmengsels als APV gepresenteerd.

Tegelijk is er de vaststelling dat de veruit de meeste commerciële exotenmengsels één of andere oververzadiging laten vaststellen, onder meer met :

1. ofwel gele milletsoorten
2. ofwel rode milletsoorten
3. ofwel witte milletsoorten
4. ofwel rode panis
5. ofwel gele panis
6. ofwel een overmatige combinatie van de voorgaande

In dan weer andere commerciële APV-zaadmengelingen worden zaadgroepen aangetroffen die voor gouldamadines totaal ongeschikt zijn, zoals
1. bijvoorbeeld klein kempzaad
2. bijvoorbeeld perilla

Prioritair belang en overwegingen door de kweker-consument

1. In het belang van kweker en gouldamadines, is de eerste aanbeveling uiteraard om voor kweekdoeleinden met gouldamadines geen zaadmengelingen te gebruiken die afwijkende kenmerken vertonen zoals hierboven beschreven;

2. De tweede aanbeveling voor kwekers-consumenten vloeit voort uit de eerste : fabrikanten die nalaten om op de verpakking de samenstelling van de zaadmengeling in kwestie te vermelden, met inbegrip van gebruikte zaadsoorten en respectieve percentages, onthouden de liefhebber op deze wijze uiteraard elke mogelijkheid tot verificatie. Bovendien is het de vaststelling dat dergelijke zaadmengelingen niet steeds even constant zijn in hun samenstelling, maar door de fabrikant naargelang de evolutie van marktrealiteit en aankoopprijzen, in eerste instantie worden samengesteld in functie van kostprijsberekening en behoud van commerciële winstmarges. Aldus : vraag als kweker-consument van de fabrikant altijd een gedetailleerde opgave van samenstelling.







Ook al zijn er dus op heden wel degelijk commerciële mengsels die door hun respectieve fabrieken de naam APV (Australische Prachtvinken) krijgen opgespeld, steeds is de vaststelling dat die zaden waar de typische grasvinken als gouldamadines het meest om vragen, in commerciële APV-mengsels ofwel ondervertegenwoordigd zijn in de samenstelling, ofwel geheel ontbreken. In hoofdzaak gaat het dan veelal over volgende zaadgroepen :

1. Witzaad / Platzaad
2. Japanse millet
3. Graszaden (van het grovere type – bvb raaigras).
4. Fijnzaden met specifieke vetstructuren (chia, teunis, ...)

De reden hiervoor ligt voor de hand : de bovengenoemde zaden behoren tot de duurdere soorten. Terwijl de fabrikant voor zichzelf op de eerste plaats “batig concurrentieel binnen zijn marktpositie” wil blijven. En tegelijk de winstmarges zo ruim mogelijk wil kunnen houden. Dat is de economische realiteit. En meteen de verklaring waarom er op heden geen optimale APV-zaadmengelingen -specifiek voor gouldamadines- in de winkelrekken voorhanden zijn. Vandaar voor het Lievens-hok de noodzaak tot ontwikkeling van een eigen zaadmix die specifiek beantwoordt aan wat typische grasvinken als gouldamadines optimaal nodig hebben. Na onaflatende proeven in de loop van de jaren tachtig werd begin van de negentiger jaren de definieve vorm van de hieronder gepubliceerde basismix ontwikkeld, zoals vandaag toegepast op het Lievens-hok, uiteraard met seizoenssupplementeringen.









Samenstelling van speciaalzaadmengeling voor gouldamadines

De jongste jaren krijgen we met groeiende regelmaat het verzoek tot publicatie van de gouldzaadmengeling zoals die op het Lievens- hok toegepast wordt.
Hoewel in de loop der jaren reeds meermaals bekendgemaakt, hierna andermaal op herhaald verzoek. Het betreft hier een basismengeling waar seizoensgewijs zadengroepen aan toegevoegd worden, naargelang de seizoensbehoefte van de gouldpopulatie.


BASIS-MIX   LIEVENS   GOULDZAADMENGELING

7.200 kg plat wit .......................(zo bleek mogelijk)....... 36 %
4.400 kg panis geel .....................( “     “        “      )....... 22 %
3.200 kg millet Japan ...................( “     “        “      )...... 16 %

1.800 kg millet geel ..................................................  9 %
1.200 kg millet wit ...................................................  6 %
1.200 kg graszaden ...........(grove type, fam. “raaigrassen”).  6 %

400 gr echte onkruidzaden ...........................................  2 %
200 gr panis rood .....................................................  1 %
200 gr nigerzaad ......................................................  1 %
200 gr dederzaad .....................................................  1 %
_________________________________________________________
 20 kg                                   SUBTOTAAL                              100 %


UITBREIDINGEN NAAR SEIZOENSMENGELINGEN
VOOR KWEEK, RESPECTIEVELIJK VOOR RUI & RUST

Aan de bovenstaande basismengeling wordt progressief (stapsgewijs en in toenemende of afnemende mate) toegevoegd, naargelang de seizoenen :

1. vanaf begin rui tot einde rui progressief toegevoegd : fijnzaadmix bestaande uit een mengsel van overwegend

• timotee graszaad (55%) en
• chicoreizaad (25%),

verder strikt minimaal aangevuld met mengsel van omzeggens gelijke fracties

• weegbree (5%),
• teunis (3%),
• chia (3%),
• leindotter/dederzaad (3%),
• sesamzaad (3%) en
• anijszaad (3%).

Progressieve seizoenssupplementering van deze mix met 3% tot maximum 4% ( totaal 600 gr tot max. 800 gr toevoeging per 20 kg)

2. vanaf einde rui (tot einde rustfase) : stop fijnzaadmix en tegelijk toevoeging van een fractie millets, bestaande uit gelijke delen witte (25%) en gele (25%) millet, en 50% japanse millet, aanvankelijk met supplementering van niet meer dan 2kg, naar het eind van de rustfase progressief oplopend tot maximum 5 kg supplementaire millets per 20 kg basismengeling. (maximum verschraling gedurende laatste 3 weken van rustperiode/schrale periode)

3. Bij de start van het kweekseizoen wordt –voor een tijdspanne van ongeveer 2 weken- nog 1,5 kg tot max. 2 kg plat witzaad extra aan 20 kg basismix toegevoegd. Na afloop van deze eerste 2 weken volgt een extra toevoeging van de bovenbeschreven fijnzaadmix, max. 2% (=max.400gr) per 20 kg, tot einde kweek.













Minimale voorwaarden voor optimale gouldmengeling

Elke exotenmix die minder dan

• 35 % wit platzaad, en
• 15 % japanse millet, en
• 20 % gele panis, en
• extra's van minstens 5-6% grove graszaden    
  (bovenop het aandeel platzaad)

in haar samenstelling laat vaststellen, kan helaas niet als optimale gouldzaadmengeling voor kweekdoeleinden omschreven worden. Bij nazicht blijkt dat er omzeggens geen commerciële exoten- mengelingen aangeboden worden die aan deze minimale voorwaarden voldoen. Slechts 1 merknaam (Belgische origine) komt in de buurt van de vereiste maatstaven, maar blijft wezenlijk onvoldoende voor kweekdoeleinden in optimale omstandigheden.


In de marge : perilla

In de marge nog deze hint voor allen die het nodig kunnen hebben :
Perilla mag dan een “trendy modezaad” zijn, op geen enkele wijze is perilla naar ons inzicht termijnsgewijze geschikt/gezond voor een type grasvink als een gouldamadine, noch bij toepassing in indoor koudbroed, en al zeker niet bij warmbroed in indoor kweekkooien, om verschillende redenen.

Afsluitend

Wie bovenstaande richtlijnen hanteert, zal ondermeer vaststellen dat :

1. ...bij aanvang van de kweek het obligate rustvet van kweekvogels zeer spontaan “wegsmelt” op minder dan een week tijd.
2. ...dat de aangeboden zaadmix steeds vrijwel integraal wordt opgegeten en door foeragerende gouldouders –naast zachtvoer- zeer gretig en consequent aan nestjongen gevoerd wordt; en derhalve ook nestjongen vanaf hun eerste levensdagen evenwichtige zetmeelverhoudingen toebediend krijgen, dus vanaf de allereerste levensdagen hun eigen energiebalans met het mechanisme van suikeromzetting naar reservevetten/opslagvet perfekt leren bespelen in synchrone samenloop met een intensieve eiwitvertering. Hetgeen zeker voor de latere gezondheid en levenskracht van typische grasvinken als gouldamadines alleen maar een pluspunt is.
3. ...dat gouldjongen in het nest steeds de perfecte spreiding van evenwichtige vetstapelingen over hun lichaam tonen (grotendeels dankzij de optimale kwaliteit van zetmeelverhoudingen in de zaadmix). Precies uit specifieke zetmelen in optimale verhoudingen laden nestjongen van gouldamadines op de meest aangewezen wijze hun glycogeenvoorraad vol, en zetten gouldamadines (volwassen zowel als jonge vogels) daarnaast wanneer nodig op de meest voordelige wijze suikers om naar makkelijke trigliceriden-stapelvettten.


Succes.



NOOT :      Naast de speciaalmengeling  voor  GOULDAMADINES, hanteren  wij  op  het  Lievens-hok   tevens   zelf  ontworpen soortmengelingen  voor  enerzijds GOUDVINKEN,  en  anderzijds is er sinds begin jaren '80 ook de speciaalzaadmix voor grote ROODKUIF KARDINALEN (op heden door beide zonen gekweekt). Liefhebbers die interesse hebben inzake de samenstellingen van deze speciaalmengelingen,    kunnen  ons  daarvoor  contacteren. Omdat voeding in de eerste plaats  altijd  soortspecifiek  en dynamisch   behoort   te   zijn.    Dan    pas    kan    men    als liefhebber van zijn kweekvogels  de beste resultaten verwachten. OPGELET : Daar wij steeds regelmatiger verzoeken krijgen om deze zaadmengelingen kant en klaar ter beschikking te stellen, willen we toch even vermelden dat wij zijn geen zaadhandel zijn, en dus evenmin gebruiksklare zaadmengsels afleveren.





Gould-Speciaalmix       Goudvink-Speciaal      Kardinaal-Speciaal



2X   op   foto's   klikken,   om   te   vergroten   en   in   te   zoomen

__________________________________________________________

Ivan Lievens
0032 53 83 82 24
__________________________________________________________

donderdag 15 september 2011

2011
VOOR KOOP OF RUIL
gevraagd en geboden :


Voor jaarlijkse bloedverbreding schaffen we jaarlijks 3 tot 5 kwaliteitsvogels aan, waar ook deze beschikbaar zijn. Contact via tel. onderaan. Gevraagd : kwaliteitsvogels. Hetzelfde aangeboden.

• NU 2011 AL AANGEKOCHT /
   GERUILD : dit jaar 1-3      

• NOG GEVRAAGD TOT            
   EIND SEPT. 2011 :           
   1-0 tot 2-0 in oranjekop       

• AANGEBODEN :
   opnieuw aanbod vanaf eind rui seizoen 2012


__________________________________________________________




















Pour en savoir plus... Annonce pour francophones


Learning more about ... Advertisment for speakers of English
__________________________________________________________

maandag 29 augustus 2011

? SMALLE of BREDE gouldamadines ??
Gouldkwekers en hun voorkeuren



Kleur, en voorkeur van kwekers
Bij ons in de streek geldt het spreekwoord “Over smaken en kleuren, kan men niet discussieuren”.
En inderdaad, de ene houdt van bleek grasgroen, de andere van diep dennegroen. Of men houdt het maar bij koppen in ketchup-rood, of men streeft naar sprankelend robijnrood. Een volgende is al blij met mat getint paars op de borst van de gouldman, terwijl de andere alleen briljant iriserend hoogpaars in zijn kooien wil zien.
Dus jawel, elk heeft -telkens binnen de eigen mogelijkheden- vast en zeker zijn eigen voorkeur waar het kleurtjes van gouldamadines betreft. Dat lijdt geen twijfel, elk debat is overbodig.


Formaat/volume, en voorkeur van kwekers
Hetgeen waar men nog minder hoeft over te debatteren, is de keuze van ofwel kleine of grote gouldamadines.
Wanneer mensen voor zichzelf gouldamadines gaan aanschaffen, willen 999 op 1000 mensen steeds de allergrootste formaatvogels mee naar huis kunnen nemen. Geen enkele twijfel.
                                                        (citaat I.W.J.)

Alles in het leven is relatief. Maar het ene toch net wat minder relatief dan het andere.
Groot en klein is een realiteit. Fors en smal is dat ook. Zeker onder gouldamadines. Er zijn de potloodjes, en de sigaren. Daarnaast zijn er ook de andere, met name de forse gouldamadines, waar niet naast te kijken valt. En het mag dan een boutade zijn, maar de ervaring leert dat 999 kwekers op 1000 onveranderlijk de meest forse gouldamadines mee naar huis willen nemen. Niemand wil de smalle sigaartjes, niemand wil onderdeurtjes. Bij aanschaf wordt steeds het meest volle formaat gekozen. Dat is de vaststelling gedurende meer dan 33 jaar.

Keurders en hun voorkeur
Wat sommige kritieken op keurders er ook van maken, keurders zijn ook mensen. En behoren dus bij vaststelling tot de 999 op 1000. Bovendien vraagt de gouldstandaard een vol type met een waardig- trotse houding en présence. Voor elke tentoonsteller is derhalve duidelijk welk type gouldamadines er voor kampioenstitels op de keurtafel blijven staan. Dat zijn nooit de schichtige potloodjes, wel de volle formaatvogels. Telkens de kleppers in de kooien van de concurrenten op de TT aanwezig zijn, is het voor de potloodjes en de sigaartjes altijd balen. En steeds einde verhaal.

zaterdag 13 augustus 2011

Prise à domicile gould commandé / d'échange

Sur RENDEZ-VOUS seulement par ce lien-ci

zondag 7 augustus 2011

ZELFTEST   "Kennis = Kunde"
Proef gouldtheorie gegoten in een lijstje
met 10 testvragen



Retro... én actueel
Begin jaren 2000 publiceerde het tweetalig    welgekende    KAOB- vogelmagazine “De Vogelwereld” een     zelftest    theorie    voor gouldkenners - van auteur Ivan Lievens-. Enige tijd later werd die publicatie ook ter overname gevraagd door het Spectrum, het kwartaalblad van de Speciaalclub Natuurbroed Gouldamadine NL. En kort nadien daarin gepubliceerd. In datzelfde jaar kregen ook bezoekers aan de Nationale TT in Elst ter plaatse de gelegenheid om voor zichzelf in de TT-zaal te Elst de proef op de som te nemen. Aan elke belangstellende werd een formulier met de onderstaande 10 vraagjes beschikbaar gesteld. Veruit de meeste deelnemende bezoekers, waaronder ook genoeg zeer geroutineerde liefhebbers en tentoonstellers, verbaasden zichzelf.

Op aanvraag
Diezelfde testvragen worden hierna op verzoek andermaal gepubliceerd. Binnenkort volgt op deze pagina de lijst met antwoorden voor de deelnemende geïnteresseerden.
Succes aan elke deelnemer.


Test jezelf

1. Hoeveel vleugelpennen, respectievelijk staartpennen heeft een gouldamadine ?

2. Wat is vandaag de dag het gemiddelde gewicht van een cultuurgouldamadine ?

3. Wanneer exact zet een gouldpop zich vast aan het broeden ?    Vanaf het 2e, vanaf het 3e of vanaf het 4e ei ?

4. Na hoeveel dagen exact gerekend vanaf het broedbegin, kippen de jongen ?     Na 13, na 14, na 15 of na 16 dagen ?

5. Na hoeveel dagen gemiddeld vlieden gouldjongen het nest ?
Na 17 dagen, na 20 dagen, na 23 dagen, of na 25 dagen ?

6. Hoeveel procent van haar totale lichaamscalcium- reserve benodigt een gouldpop gemiddeld voor het leggen van 1 ei ?                       Is het 5%, of 10%, of 15% of 20% ?

7. Noem de twee voornaamste, fysische factoren van invloed op de ruisnelheid.

8. Noem de twee voornaamste, fysische factoren verantwoordelijk voor toename van sexuele driftrespons en nestelingsbereidheid.

9. Welke kleurbepalende factoren geven ons optisch :
                                                       - een groene gouldrug ?
                                                       - een blauwe gouldrug ?

10. Waarom zal een gouldamadine quasi altijd zuigdrinken en bijna nooit schepdrinken, zoals onder meer een kanarie, een duif en een kip dat doen?


Proficiat aan elke deelnemer

• Wie als zelfverklaarde gouldliefhebber op dit testje “gouldkennis” geen 5 op 10 haalt, verklaart aan zichzelf dat er heel wat werk voor de boeg staat, om het van "gouldfanaat" tot "gouldkenner" te brengen.
• Wie 5 tot 7 scoort, zit steevast op de goeie weg, maar heeft als gouldkenner niettemin nog een heel eindje te gaan.
• Bedraagt uw score 8 op 10, of meer, dan mag u zichzelf als gouldkenner zeer onderlegd noemen in de theoretische basis.

Aan allen die de test voor zichzelf gemaakt hebben : proficiat.
Aan allen die hem nog gáán maken, ook proficiat.
Lijst met antwoorden verschijnt binnenkort hieronder, met interval-publicatie : dus de antwoorden zijn de ene week wel zichtbaar, de week daarop niet, enz... Wordt vervolgd.


woensdag 3 augustus 2011

ZELFTEST   "Kennis = Kunde"
Lijst met antwoorden
Proficiat aan alle deelnemers




De antwoorden

1. Vleugel- en staartpennen normaal 17 & 12, consequent doorgefokte stammen 18 & 12;

2. Lichaamsgewicht van 16,5 gr tot 24 gr, dus 20-21 gr. gemiddeld;

3. = strikvraag: gouldpop begint vast broeden altijd vanaf voorlaatst gelegde ei, hoeveel eieren zij in totaal ook legt;

4. In klimatologisch evenwichtig milieu : na exact (3 à 5uur minder dan) 14 dagen broeden, kippen de eieren;

5. In normale omstandigheden verlaten jonge gouldamadines het nest na 20 tot 21 dagen;

6. De productie van 1 ei kost een poppenlichaam ruwweg 20% van haar totale calciumreserve;

7. stabiel oplopende klimatologie (steeds warmer - steeds droger) & stabiel aflopende proteïnevoorziening (steeds minder eiwit);

8. hernieuwde aanwezigheid van water & royale eiwitverstrekking

9a. optisch groen = luteïne + zwarteumelanine + blauwstructuur + bruinphaeomelanine (+ minimaal bruineumelanine);

9b. optisch blauw = groen -luteïne;

10. Goulds doen aan zuigdrinken omwille van hun instinctieve gehaastheid, archetypisch geïnspireerd door hun opvallendheid in de wildbaan.

Antwoorden zichtbaar met interval

Deze lijst met antwoorden heeft een interval-publicatie : dus de antwoorden zijn de ene week wel zichtbaar, de week daarop niet, enz... Hierdoor krijgt een aantal bezoekers gelegenheid en tijd om eens even over de vragen en mogelijke antwoorden na te denken.


Proficiat aan elke deelnemer

• Wie als zelfverklaarde gouldliefhebber op dit testje “gouldkennis” geen 5 op 10 haalt, verklaart aan zichzelf dat er heel wat werk voor de boeg staat, om het van "gouldfanaat" tot "gouldkenner" te brengen.
• Wie 5 tot 7 scoort, zit steevast op de goeie weg, maar heeft als gouldkenner niettemin nog een heel eindje te gaan.
• Bedraagt uw score 8 op 10, of meer, dan mag u zichzelf als gouldkenner zeer onderlegd noemen in de theoretische basis.

Aan allen die de test voor zichzelf gemaakt hebben : proficiat.
Aan allen die hem nog gáán maken, ook proficiat.


donderdag 21 juli 2011

Hagelwitte netheid op brede borst
met maximale pigmentlading in diep rugdek


Goed begonnen is
altijd meer dan
half gewonnen :

Witborst kleppers

Het kweek- materiaal waarmee men start,
betekent steeds het verschil tussen
ófwel onderdeurtjes kweken,
ófwel kwaliteitsvogels kweken.
A l t i j d .



~~~~~ Goulds  spreken  altijd  voor  zich. ~~~~~
~~~~~~ Reeds   vanaf   de  eerste  blik. ~~~~~~


Ivan Lievens
0032 (0)53 83 82 24

__________________________________________________________