Pagina's

dinsdag 4 september 2012

NIEUWE RUBRIEK
" Hoe de natuur naar hok en vogels toe halen "


Aflevering 1 :
Antivirale werking van vlierbessensiroop


Voorwoord
In de maanden die volgen, krijgen echte gouldfanaten de kans om zelf het onderwerp aan te leveren wat zij graag op deze pagina besproken zien binnen het bovenstaande rubriek- kader “breng de natuur naar de vogels toe”. Omdat vogels vanuit hun kooien nu éénmaal niet zelf naar de open natuur toe kunnen. Het 1e onderwerp in dit verband is "vlierbessensiroop".

Inleiding
Bij ons thuis geldt boerenwijsheid, in en naast het hok. Vermijd antibiotica en ga jezelf niet overgieten met chemo. Heb je wintergriep, neem dan geen industriële pharmaceutica-prullen. Heb je zomergriep, neem nog minder van die éénzijdig werkende chemo- prullen. Want uitgerekend precies wanneer je lijf en lichaamsweerstand in een diep dal zitten, verzwakken chemo- prullen je lijf nog meer, net op het moment dat je lichaam z'n uiterste best aan het doen is om sterker te worden.

Want "courante" virale aandoeningen treffen nu éénmaal lichaamsconstituties in een onbewaakt moment van zwakheid. Of ze treffen sowieso steeds net wat vlugger de genetisch zwak ontworpen en zwak gebouwde lichaamsconstructies. Maak dus je lichaam sterk, of tenminste toch zo sterk als dat lichaam bekwaam is om sterk te kunnen zijn. Want de ene is van nature uit nu éénmaal genetisch sterker gebouwd dan de andere. Waarbij daarnaast ook levensfasen en momentopnamen uit een levensloop van invloed zijn. Want uiteraard weet iedereen dat jonge kinderen en bejaarden stukken vatbaarder zijn voor griep(virussen). Deze leeftijdsgroepen hebben steeds meer te vrezen van virale infecties. Virale infecties met in hun zog vaak genoeg neveninfecties van bacteriële en/of parasitaire aard, welke het verzwakte lichaam er op de koop toe gratis bij krijgt.

De link naar het hok
De link naar de vogels op het hok is korter dan velen vermoeden. Want ook bij vogels zal een verhoogde gevoeligheid voor virale aandoeningen op dat moment in het vogellichaam tegelijk vaak de deur open zetten voor neveninfecties van bacteriële en parasitaire aard. En om het feest helemaal kompleet te maken, daarbovenop bij (de allerzwakste) vogels al gauw overgoten met een sausje van geniepige gisten- en schimmelkiemen, met op kop de beruchte "megabacterie"-schimmelvariant. Specifiek bij vogels o-zo vaak vergezeld van flagellaten die zich uitgerekend op dergelijke momenten in het geteisterde vogellijf vrijwel ongehinderd kunnen doorzetten, met de gekende gevolgen. Of dan weer bij andere indicaties wordt het vogellichaam overmeesterd door één van de huidschimmelvarianten die de allerbeste speelkameraadjes zijn met follikel-parasieten zoals ze helaas maar al te vaak hand in hand binnen verzwakte gouldstammen voorkomen. Jawel, waar ze inderdaad het alomgekende symptomatische beeld van "kaalkoppen" creëren. Overigens zijn bij deze groep zwakke kneusjes veel vaker neveninfecties van bacteriële aard in het darm-spijsverteringstelsel vast te stellen dan bij sterk-gekweekte gouldstammen. Met op die momenten vrijwel steeds symptomen van verkleurde ontlasting en/of waterachtige diarree-verschijnselen.

Dus jawel, ook bij gouldamadines is het ene hok uitgesproken sterker dan het andere. Meestal ook zo herkenbaar.(>>>tel.053838224) In de eerste plaats afhankelijk van genetische eigenheid en afkomst van de vogels. En dus inderdaad vooral totaal afhankelijk van de manier waarop kwekers op het hok met hun gouldamadines omgaan.

Sowieso :
• Vogels die in de ecologische kunstmatigheid leven van een besloten omgeving als het vogelhok,
• waar op de koop toe voor het gemiddelde hok dan nog al te vaak ondermaatse ventilatie geldt, meestal zonder dat kwekers het in de gaten hebben,
• en waar binnen die scheefgetrokken ecologische kunstmatigheid van de ene op de andere dag, vogels fysiek geconfronteerd worden met plotse wisselingen van nazomerweer naar miezerig nat-koud herfstweer,
• die vogels worden op dat ogenblik lichamelijk overspoeld met (in de ecologische beslotenheid van het hok) artificieel opgestapelde horden microbiële kiemen van een geniepig karakter.
• Uiteraard zonder dat de vogels op dergelijke cruciale momenten zelf meteen de nodige maatregelen kunnen nemen in de keuze van hun voeding.
• Met name omdat ze in een kooi zitten.
• En dus duidelijk vanuit hun kooi nooit naar de natuur toe kunnen om één en ander te compenseren.

De natuur als voorbeeld
In de open natuur zullen diezelfde vogelsoorten binnen hun natuurbiotoop dag aan dag de effecten van wisselende weersomstandigheden op hun lichaam op slag gaan incalculeren en bijspijkeren via ondermeer spontane aanpassingen en klemtonen in hun voedingspatroon. Vooral voor gouldamadines is dat zeker nog meer waar. Met name omdat gouldamadines van origine afkomstig zijn uit subtropische regio's met een grote klimatologische dynamiek. Met andere woorden is de gouldamadine van oorsprong afkomstig uit regio's waar grote weersveranderingen mekaar in versneld tempo kunnen opvolgen. In dergelijke snel evoluerende omstandigheden binnen zijn biotoop zal de vogel in kwestie instinctief nog eens zo spontaan-vlug de nodige maatregelen nemen via hetgeen hij eet en drinkt. Uiteraard op voorwaarde dat de gouldamadine die mogelijkheid heeft. In een kooi daarentegen, zijn vogels afhankelijk van wat hun verzorger op het hok doet. Of vaak genoeg net nalaat om te doen.

Om alle genoemde redenen en meer, brengt de nuchtere kweker de natuur naar zijn gouldamadines toe. De natuurlijke middelen die hem daartoe ter beschikking staan, zijn vaak heel vanzelfsprekend, het ene in zijn werking al effectiever dan het andere.

Praktijk : antivirale versterking in de voor-herfst
Op dit hok werd door de jaren heen zowat alles uitgetest en geprobeerd. Sommige zaken “te gek om op te noemen”. Andere dan weer “de logica zelve”. Na al die jaren van testen en proberen, heeft boerenwijsheid met daarachter een sterk theoretisch kader, ons gebracht tot een mix van “praktische vereenvoudiging” gecombineerd met “hoge effectiviteit” waar het gaat over voorbereiding van de vogels op de overgang van droge naar natte seizoenen. Het achterliggende idee is daarbij steeds geweest : ”Wat zouden vogels in de natuur op dat moment gaan doen ?; wat kiezen vogels in die nakende seizoensovergang, uit hetgeen voor hen beschikbaar is in de natuur?”

Het krachtig en tegelijk vanzelfsprekende wapen dat onze gouldpopulatie daartoe tijdens seizoensovergangen via hun voeding aangereikt krijgt, is éénvoudigweg vlierbessensiroop, al dan niet “fijn-getuned” met enkele toevoegingen van vanzelfsprekende componenten uit de voorraadkast van Moeder Natuur. Met andere woorden inderdaad en uiteraard allemaal éénvoudig beschikbare voedingscomponenten, alle stuk voor stuk van natuurlijke oorsprong. Vlierbessenextract heeft een globaal brede antivirale werking zoals die zelden bij andere courante voedingsmiddelen voorkomt. Een antivirale werking die bovendien nog specifiek kan gestimuleerd worden in verschillende richtingen, via boosting met meerdere “éénvoudige huismiddeltjes” die aan een flesje vlierbessensiroop van 200ml worden toegevoegd.

In praktijk betekent één en ander dat gouldamadines als voorbereiding op de kweekperiode, bij de start van de herfst in een cyclus van 3 weken dagelijks gedurende een tweetal uur een back-up-drinkfontein krijgen aangeboden met daarin mix van mineraalwater en 20% vliersiroop die samen met de toevoegingen van enkele andere natuurlijke stofjes niet enkel de hormonen op de meest voordelige wijze in de startblokken zetten en tegelijk niet enkel energie uit vet vrijmaken, maar daarnaast de opgeslagen hormoontrigger-voedingsstoffen vrijmaken uit een vlot wegsmeltende rustvetreserve; plus daarbovenop eveneens zowel de luchtwegen van koudbroed gouldamadines versterkend balsemen, als tegelijk het immuunsysteem van de vogels aansporen tot maximale slagkracht.

Duidelijke effecten : groter resultaat tijdens daaropvolgende kweek
Het verschil is er even later duidelijk aan te zien. Niet enkel stabieler kweekgedrag en hogere kweekuitkomsten, maar tevens een onverzettelijk-stevige gezondheid met sterke gouldamadines die volop kweken bij winterse indoor kweektemperaturen van gemiddeld om en bij de 11,5°C à 13,5°C. Sterk, sterker, sterkst. Na een voorbereidende cyclus van slechts een drietal weken.

Horizon verruimen mogelijk voor elk die het er voor over heeft.
De natuur naar het hok toe halen berust op gezond verstand. Om vervolgens aan de kooivogels de gelegenheid te geven hun eigenheid te volgen in instinct en aanleg. Alleen die kwekers die zich ooit reeds de moeite genomen hebben om een seizoen of twee vlierbes met echinacea toe te passen, zijn in staat om de verbluffende reflexen en effecten op de vogels binnen hun hokbestand te omschrijven. Alle gouldkwekers die interesse ontwikkelen, kunnen voor een totale aanpak-op-maat terecht op tel.nr. 053 83 82 24. Lievens Sr. kan elke kweker vertellen hoe zijn/haar gouldamadines op spontaan natuurlijke wijze sterker kunnen worden. Om vervolgens een veel langer leven beschoren te zijn, met hogere kwaliteit. Op dat moment wordt kweken met goulds van 5 tot 10 jaar oud, veel meer dan de grote uitzondering op de regel. Op ons hok is het in elk geval schering en inslag. Op zich zegt dat genoeg.






Tekst en tekstbewerking : ILLK





woensdag 15 augustus 2012

Het gouldhok in september
OF :
Eénvoudige voorzieningen
bij de opstart van de kweekseizoen

Naast  3 types  kweekkooien in breedtes van 80, 90 en 100cm, zijn  op  het  hok   ook   enkele kweekvluchtjes  voorzien,  met H 2,75m  X B 1,25m X D 2,75m. Een kweekvluchtje biedt plaats aan welgeteld 3 kweekkoppels. Hieronder    enkele  snapshots.
Met tuiltjes conifeer in, en boeren- wormkruid rondom de kweekkooien. Check de maximale daglichtinval; hier via helder-dak- sectie.
Hoeft het nog gezegd: Ventilatie is cruciaal, op elk binnenhok. Hier één van de ventilatie-blokken in de oostwand.
Met een flinke partij trosgierst erbij verloopt gewenning aan de nieuwe kweekbox-omgeving nog eens zo vlug.
Zo even na de noen, zalig soezen in het hoogste groen : vast ritme doorheen de dag is voor goulds zeer belangrijk, m.a.w.
" ! niet     storen     tijdens     de    snoozy    siësta ! "


Het meest natuurlijke gedragspatroon van gouldamadines, met inbegrip van prachtige sociale wisselwerking tussen de koppels in de kweekkooien en kweekvluchtjes, komt ook binnenshuis al gauw volkomen volmaakt naar boven, door slechts enkele kleine voorzieningen bij de start van het kweekseizoen in september.

Kleine voorzieningen die groot vertrouwen opleveren.
Hoe groter het vertrouwen in hun omgeving, des te spontaner het natuurlijke gedragspatroon van ijverig kwekende gouldamadines. En uiteraard des te groter het aantal jongen in de nesten. Daartussen bestaat er een vast verband. De kweekomgeving is hierbij een zeer belangrijke factor. Heerlijke belevenis wanneer er telkens weer volle nesten jonge kleppers uitvliegen.

Waar vooral op te letten :
Volop verse lucht voorzien (via zachtstromende ventilatie), en daarnaast zoveel mogelijk natuurlijk daglicht, aangevuld met de hoogste kwaliteit romigwit kunstlicht in een spontaan, vast én kort dagritme. Verder alle "ijselijk-schreeuwend-wit" vermijden voor kooien, hokmuren en lichtbronnen; een kwekende gouldamadine houdt vooral van "getemperd wit" voor kooien, zowel als voor de lichtkleur. Dus vooral geen "volle daglicht"-lampen (altijd met blauwe-pieken-extremen) zoals heel wat commerciële slogans het "handig aanprijzen". Wie hagelwitte kooien heeft, zorgt vanaf aanvang kweek in het hok voor TL-lampen met een romigwitte kleur = kweeklicht bij uitstek voor gouldamadines (en vele andere soorten prachtvinken en astrildes). Zacht TL-licht tovert ijswitte kooien om in een tint van "getemperd wit". In voldoende lichtsterkte tot maximaal 1000-1200 lux verlichtingsrendement in alle kweekkooien en kweekvluchtjes.

Gelukkige goulds
Deze zeer éénvoudige voorzieningen werken voor gouldamadines zeer relaxerend. Meer hoeft dat voor een kwekende gouldamadine niet te zijn. Dan is zij meteen op haar gemak. En volgen kroostrijke nesten in groot getal. Want op dat ogenblik worden gouldamadines de meest dankbare kweekvogels die er zijn.

Bekwame gouldamadines doen vanaf dan vrijwel altijd wat de kweker/tentoonsteller van hen verwacht. Of hoe bekwame gouldamadines maar weinig vragen, om als prachtige kweekvogels veel terug te geven.


Bewerkt voor Natuurgould .be en Lievens Gouldamadine .beTekst en tekstbewerking : ILLK
tel.053-83.82.24
___________________________________________________




vrijdag 6 juli 2012

Kenners herkennen kwaliteit.
Kenners kiezen kwaliteit.
Altijd.

Sex ___________________________________________________

















___________________________________________________

zaterdag 14 april 2012

TEN   HUIZE   VAN . . .
Medicatie-vrij   Helder-hok  te Drachten :
Kweker Bert, een man die zijn wereld kent



In Drachten -ergens hoog-op in de buurt van Leeuwarden-, woont een gouldkweker die niet enkel zijn wereld kent, maar evenzeer niet om een uitdaging verlegen zit. Zijn naam is Bert.


Want Bert kweekt goulds niet enkel in natuurbroed en geheel zonder medicatie; sinds enkele jaren bouwt hij tegelijk ook een bestand lutino’s uit die hij naar eigen zeggen “sterk wil maken”. Medicatie-vrije lutino dus, ga er maar een keer aan staan. Bert heeft ze.
Aanvankelijk bleken op het Helder-hok slechts weinig jonge lutino-goulds op stok te kunnen blijven, maar na bloedverbreding door “open kweken” met Bert’s eigen klassieke vogels, noemt de gouldkweker uit Drachten zijn lutino’s vandaag sterke vogels.


Naast de mutaties wordt op het Helder-hok een brede basis van wildkleur zowel als witborst kweekvogels op peil gehouden. Dat is ook te merken aan Bert’s progressie in de TT- uitslagen.
Verbluffend goed voor een enthousiasteling die pas sinds enkele jaren om het hoekje is komen kijken. Dat belooft wat voor de jaren die volgen. TT-concurrenten weten alvast wat er aan zit te komen.

Omdat Bert regelmatig enkele dagen opéénvolgend van huis is, werd het Helder- hok voorzien van drinkwater- automatisatie. Gemakshalve zijn drinknippels en toebehoren ook via Bert te verkrijgen. Meer info daarover bij Bert zelf.



Bert Helder’s telefoon is 0512-543064 (tussen 19u00 en 20u30)
Bert 's gouldsite bezoeken kan hier.
Bert Helder per mail contacteren kan hier.
Bert staat altijd klaar om uw vragen te beantwoorden, of desgevallend door te verwijzen naar hen die u kunnen helpen bij de gouldhobby.

En wie verbaast het dan nog te horen dat al wie dit jaar vogels van Bert wil aanschaffen, verstandig te werk gaat door eerder wat te vroeg te bellen, dan te laat...
Haa...ja...zo gaat het altijd. Goede wijn behoeft geen krans.



Alle foto's ©Bert Helder - uitvergroten door op foto's te klikken
Bewerkt voor Natuurgould .be en Lievens Gouldamadine .be
door L. Lievens


__________________________________________________________

Dia Slides Lievens Gouldamadines : Zichtbaar méér type, Zichtbaar méér gould, gouldamadine² = gouldamadine in het kwadraat


vrijdag 30 maart 2012

Vaak gezocht... voor bloedverbreding :
"Fors graag, met witte borst aub"


Witborst, vaak gevraagd
voor bloedverbreding :
"Fors met brede witte borst".
Vooral de forse typevogels
met brede witte borsten
zijn in het gouldcircuit
heel dunnetjes gezaaid.


Ze staan
voor elke
gould-
kweker
bovenaan het
verlang- lijstje.
Ook zo
op ons
lijstje.


~~~~ Forse Gouldamadines ,
                              Imposante Gouldamadines
~~~~


__________________________________________________________

zondag 11 maart 2012

Speciaalzaadmengeling voor gouldamadines
en andere Australische Prachtvinken
Publicatie op herhaald verzoek



Zaden waar gouldamadines om vragen

In de handel zijn vandaag geen zaadmengsels    voorhanden die volledig voorzien in de specifieke   zaadbehoeften  van  de  gouldamadine  als  soort,
ook  al  worden  er op heden  in  de winkelrekken
wel enkele zaadmengsels  als APV gepresenteerd.

Tegelijk is er de vaststelling dat veruit de meeste commerciële exotenmengsels één of andere oververzadiging laten vaststellen, onder meer met :

1. ofwel gele milletsoorten
2. ofwel rode milletsoorten
3. ofwel witte milletsoorten
4. ofwel rode panis
5. ofwel gele panis
6. ofwel een overmatige combinatie van de voorgaande

Elk begrijpt meteen dat wanneer het ene teveel in de zaadzak zit, er wat anders te weinig in zit. In dan weer andere commerciële APV-zaadmengelingen en overige exotenmixen worden zaadgroepen aangetroffen die voor gouldamadines totaal ongeschikt zijn, zoals
1. bijvoorbeeld klein hennepzaad
2. bijvoorbeeld perilla

Prioritair belang en overwegingen door de kweker-consument

1. In het belang van kweker en gouldamadines, is de eerste aanbeveling uiteraard om voor kweekdoeleinden met gouldamadines steeds zaadmengelingen te gebruiken die geen afwijkende kenmerken vertonen zoals hierboven beschreven;

2. De tweede aanbeveling voor kwekers-consumenten vloeit voort uit de eerste : fabrikanten die nalaten om op de verpakking de samenstelling van de zaadmengeling in kwestie te vermelden, met inbegrip van gebruikte zaadsoorten en respectieve percentages, onthouden de liefhebber op deze wijze uiteraard elke mogelijkheid tot verificatie. Bovendien is het de vaststelling dat dergelijke zaadmengelingen niet steeds even constant zijn in hun samenstelling, maar door de fabrikant naargelang de evolutie van marktrealiteit en aankoopprijzen, in eerste instantie worden samengesteld in functie van kostprijsberekening en behoud van commerciële winstmarges. Aldus : vraag als kweker-consument van de fabrikant altijd een gedetailleerde opgave van samenstelling.







Ook al zijn er dus op heden wel degelijk commerciële mengsels die door hun respectieve fabrieken de naam APV (Australische Prachtvinken) krijgen opgespeld, steeds is de vaststelling dat die zaden waar de typische grasvinken als gouldamadines het meest om vragen, in commerciële APV-mengsels ofwel ondervertegenwoordigd zijn in de samenstelling, ofwel geheel ontbreken. In hoofdzaak gaat het dan veelal over volgende zaadgroepen :

1. Witzaad / Platzaad
2. Japanse millet
3. Graszaden (van het grovere type – bvb raaigras).
4. Fijnzaden met specifieke vetstructuren (chia, deder, ...)

De reden hiervoor ligt voor de hand : de bovengenoemde zaden behoren tot de duurdere soorten. Terwijl de fabrikant voor zichzelf op de eerste plaats “batig concurrentieel binnen zijn marktpositie” wil blijven. En tegelijk de winstmarges zo ruim mogelijk wil kunnen houden. Dat is de economische realiteit. En meteen de verklaring waarom er op heden geen optimale APV-zaadmengelingen -specifiek voor gouldamadines- in de winkelrekken voorhanden zijn. Vandaar voor Ivan Lievens de noodzaak tot ontwikkeling van een eigen zaadmix die specifiek beantwoordt aan wat typische grasvinken als gouldamadines optimaal nodig hebben. Na onaflatende proeven doorheen meerdere rui-, kweek- en rustfases op het gouldhok in de loop van de jaren tachtig, werd begin van de negentiger jaren de definieve vorm van de hieronder gepubliceerde kweekmix ontwikkeld, zoals vandaag toegepast op het Lievens-hok, uiteraard met de mogelijkheid van seizoenssupplementeringen.









Samenstelling van speciaalzaadmengeling voor gouldamadines

De jongste jaren krijgen we met groeiende regelmaat het verzoek tot publicatie van de gouldzaadmengeling zoals die op het Lievens- hok toegepast wordt.
Hoewel in de loop der jaren reeds meermaals bekendgemaakt, hierna andermaal op herhaald verzoek. Het betreft hier een basismengeling waar seizoensgewijs zadengroepen aan toegevoegd worden, naargelang de seizoensbehoefte van de gouldpopulatie.


KWEEK-MIX   LIEVENS   VOOR   GOULDAMADINES

7.200 kg plat wit .......................(zo bleek mogelijk)....... 36 %
4.400 kg panis geel .....................( “     “        “      )....... 22 %
3.200 kg millet Japan ...................( “     “        “      )...... 16 %

1.800 kg millet geel ..................................................  9 %
1.200 kg millet wit ...................................................  6 %
1.200 kg graszaden ...........(grove type, fam. “raaigrassen”).  6 %

400 gr echte onkruidzaden ...........................................  2 %
200 gr panis rood .....................................................  1 %
200 gr nigerzaad ......................................................  1 %
200 gr dederzaad .....................................................  1 %
_________________________________________________________
 20 kg                                   SUBTOTAAL                              100 %


UITBREIDINGEN NAAR SEIZOENSMENGELINGEN
VOOR KWEEK, RESPECTIEVELIJK VOOR RUI & RUST

Aan de bovenstaande basismengeling wordt progressief (stapsgewijs en in toenemende of afnemende mate) toegevoegd, naargelang de seizoenen :

1. vanaf begin rui tot einde rui progressief toegevoegd : fijnzaadmix bestaande uit een mengsel van overwegend

• timotee graszaad (55%) en
• chicoreizaad (25%),

verder strikt minimaal aangevuld met mengsel van omzeggens gelijke fracties

• weegbree,
• teunis,
• chia,
• leindotter/dederzaad,
• sesamzaad en
• anijszaad.

Progressieve seizoenssupplementering van deze mix met 3% tot maximum 4% ( totaal 600 gr tot max. 800 gr toevoeging per 20 kg)

2. vanaf einde rui (tot einde rustfase) : stop fijnzaadmix en tegelijk toevoeging van een fractie millets, bestaande uit gelijke delen witte (25%) en gele (25%) millet, en 50% japanse millet, aanvankelijk met supplementering van niet meer dan 2kg, naar het eind van de rustfase progressief oplopend tot maximum 5 kg supplementaire millets per 20 kg basismengeling. (maximum verschraling gedurende laatste 3 weken van rustperiode/schrale periode)

3. Bij de start van het kweekseizoen wordt –voor een tijdspanne van ongeveer 2 weken- nog 1,5 kg tot max. 2 kg plat witzaad extra aan 20 kg basismix toegevoegd. Vanaf dan wordt gedurende de kweekperiode voluit de basis-kweekmengeling toegepast zoals hierboven opgegeven.













Minimale voorwaarden voor optimale gouldmengeling

Elke exotenmix die minder dan

• 35 % wit platzaad, en
• 15 % japanse millet, en
• 20 % gele panis, en
• extra's van minstens 5-6% grove graszaden    
  (bovenop het aandeel platzaad)

in haar samenstelling laat vaststellen, kan helaas niet als optimale gouldzaadmengeling voor kweekdoeleinden omschreven worden. Bij nazicht blijkt dat er omzeggens geen commerciële exoten- mengelingen aangeboden worden die aan deze minimale voorwaarden voldoen. Slechts 1 merknaam (Belgische origine) komt in de buurt van de vereiste maatstaven, maar blijft wezenlijk onvoldoende voor kweekdoeleinden in optimale omstandigheden.


In de marge : perilla

In de marge nog deze hint voor allen die het nodig kunnen hebben :
Perilla mag dan een “trendy modezaad” zijn, op geen enkele wijze is perilla naar ons inzicht termijnsgewijze geschikt/gezond voor een type grasvink als een gouldamadine, noch bij toepassing in indoor koudbroed, en al zeker niet bij warmbroed in indoor kweekkooien, om verschillende redenen.

In de marge : deder- of huttentutzaad

Dit "oude" vogelzaadje wordt door de Britten met een wel heel flatterende naam bedacht, die het zaad ten volle de eer geeft die het verdiend : "Gold of Pleasure". In het Nederlands lopen de naamgevingen uiteen, naargelang de bron : huttentutzaad, dederzaad, dotterlein, leindotter, vlasdodder, vlasdotter, vlashuttentut, enz..., stammend uit de familie der kruisbloemigen, derhalve meteen verwijzend naar weerstandsverhogende eigenschappen. Latijnse benaming Camelina sativa. In minimale fracties aanwezig in de Lievens-gouldmengeling, zorgt leindotterzaad samen met chia en sesamzaad voor aanbreng van andere vetstructuren dan omega 6; voor gouldamadines gegarandeerd altijd "een plezier" om te benutten tijdens de ruiperiode. Vandaar wellicht ten dele ook de Britse benaming "Gold of Pleasure".

Afsluitend

Wie bovenstaande richtlijnen hanteert, zal ondermeer vaststellen dat :

1. ...bij aanvang van de kweek het obligate rustvet van kweekvogels zeer spontaan “wegsmelt” op minder dan een week tijd.
2. ...dat de aangeboden zaadmix steeds vrijwel integraal wordt opgegeten en door foeragerende gouldouders –naast zachtvoer- zeer gretig en consequent aan nestjongen gevoerd wordt; en derhalve ook nestjongen vanaf hun eerste levensdagen evenwichtige zetmeelverhoudingen toebediend krijgen, dus vanaf de allereerste levensdagen hun eigen energiebalans met het mechanisme van suikeromzetting naar reservevetten/opslagvet perfekt leren bespelen in synchrone samenloop met een intensieve eiwitvertering. Hetgeen zeker voor de latere gezondheid en levenskracht van typische grasvinken als gouldamadines alleen maar een pluspunt is.
3. ...dat gouldjongen in het nest steeds de perfecte spreiding van evenwichtige vetstapelingen over hun lichaam tonen (grotendeels dankzij de optimale kwaliteit van zetmeelverhoudingen in de zaadmix). Precies uit specifieke zetmelen in optimale verhoudingen laden nestjongen van gouldamadines op de meest aangewezen wijze hun glycogeenvoorraad vol, en zetten gouldamadines (volwassen zowel als jonge vogels) daarnaast wanneer nodig op de meest voordelige wijze suikers om naar makkelijke trigliceriden-stapelvettten.


Succes.



NOOT :      Naast de speciaalmengeling  voor  GOULDAMADINES, hanteren  wij  op  het  Lievens-hok   tevens   zelf  ontworpen soortmengelingen  voor  enerzijds GOUDVINKEN,  en  anderzijds is er sinds begin jaren '80 ook de speciaalzaadmix voor grote ROODKUIF KARDINALEN (op heden door beide zonen gekweekt). Liefhebbers die interesse hebben inzake de samenstellingen van deze speciaalmengelingen,    kunnen  ons  daarvoor  telefoneren. Omdat voeding in de eerste plaats  altijd  soortspecifiek  en dynamisch   behoort   te   zijn.    Dan    pas    kan    men    als liefhebber van zijn kweekvogels  de beste resultaten verwachten.






Gould-Speciaalmix       Goudvink-Speciaal      Kardinaal-Speciaal





2X   op   foto's   klikken,   om   te   vergroten   en   in   te   zoomen

__________________________________________________________

Tekst : Ivan Lievens
Tekstbewerking : Lester Lievens
__________________________________________________________