Zwartkop paarsborst man, kampioen der kampioe-nen op de expo 2008 te Elst.
Topgoulds aankopen ? Waar kan dat ?
Hoe dan hoge kwaliteit binnenhalen?
Ervaren gouldkwekers weten het : Kwaliteitsgoulds verkopen is makkelijk. Kwaliteitsvogels verkopen zichzelf. Toch af en toe moet er ook al eens wat aangeschaft worden. Dat kan door te kopen. Of door onderlinge uitwisseling van vogels. Ruil dus. Met goulds van gelijke kwaliteit. Aanschaf betekent dus ruilen of kopen. Aanschaf betekent ook : klein of groot. Met sterke, forse goulds kunnen beginnen, betekent vooruit kunnen gaan. Want jawel, ook hier geldt : Goed begonnen is (altijd meer dan) half gewonnen.
.
Wil ook Ú weten hoe top-kwaliteit te bekomen..? Dan op de foto links klikken om naar de grote lichtkrant te gaan.
WELKE GOULDAMADINES willen alle fokkers voor zichzelf
als ze de open keuze hebben
Uit rondvragen en enquêtes over een periode van 3 jaar, kwamen meestal vanzelfsprekende conclusies te voorschijn :
· De meeste kwekers handhaven vandaag een absolute voorkeur voor klassieke wildkleur; als meest favoriete kopkleuren worden rood en oranje aangeduid, ook al blijven zwartkoppen in aantal nog steeds beduidend meer gekweekt;
· de meeste kwekers geven aan inspanningen te willen leveren voor een zo gezond mogelijk kweekbestand, toch tegelijk blijkt uit de cijfers dat de meeste gouldkwekers in praktijk "pampering-verzorging" toepassen, industriële medicatie inbegrepen.
· Op de stelling "wat gouldkwekers er voor over hebben, dat onderscheidt hen en hun vogels altijd van de rest", antwoorden ruim 87% van de enquête-deelnemers : "dat klopt". Toch blijkt daarnaast uit de cijfers bij het merendeel der kwekers meestal een vlucht naar industriële gemaksvoeding.
· Hierbij wordt als belangrijkste motief opgegeven, de factor "tijdsbesparing", en op de 2e plaats "geldbesparing".
Natuurbroed als kweekmethode blijkt voor de meeste gouldfokkers een vaste doelstelling. Tenminste dan toch in Nederland. In België daarentegen blijven de meeste gouldhouders eieren rapen ten einde in grote getale te kunnen produceren. Ook in landen als Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Portugal en andere, blijft pleegbroed vandaag de meest toegepaste kunstgreep.
De meest opvallende vaststellingen zijn uiteindelijk dan toch nog wel de "tegengestelde logica's". De grootste tegenstelling is hier te vinden bij fokkers die van standaardwege ongewenste vormaspecten bij hun eigen vogels -zoals afgeplatte koppen, ijle nekstructuren en smalle schouders-, aankruisen als "van ondergeschikt belang". Tot evenwel het moment komt... dat deze gouldfokkers zelf vogels gaan aanschaffen... Want dan blijkt uit de antwoorden dat gouldkwekers voor zichzelf altijd alleen de meest volronde en forse gouldamadines willen om mee naar huis te nemen... of hoe een dubbeltje rollen kan...
GOULD-ERVARING , DE FABELS VOORBIJ
door I.W.J.
Mijn kind, schoon kind...
Gould-ervaring is gestaag stijgende kennis groeiend vanuit het kweek- hok. Als het goed is, met vooraf- gaandelijk een brede, theoretische basis en achtergrond. Theoretische kennis is handig om mythen, fabeltjes en sprookjes bij voorbaat van de rest te onderscheiden. Want geen enkel onderwerp zo mooi als een gouldamadine, om er sprookjes over te fantaseren, "mijn kind, schoon kind". Waarbij hart en hoofd vaak genoeg in ongecontroleerde galop gaan.
Praktijk is overal
Praktijkervaring komt er vrijwel nauwelijks "op zijn breedst" door rond de kerktoren te fietsen. Maar wel door naar buiten te gaan, eerst regionaal, daarna over de grenzen heen. Want gouldamadines... jawel, die zijn overal graag gezien.
Kijken & vergelijken
Het eigen hok uit gaan dus, om te kijken en vervolgens te vergelijken. Vergelijken met wat er is, maar ook uitzoeken hoe het er komt. Dat kan maar op zijn best ter plaatse bij de betrokken liefhebbers. Tenminste, zo heb ik het van meetaf aan gedaan. Ook hier blijkt een brede theoretische basis met kennis van technische randfenomenen alweer uitermate handig.
Vereiste mentaliteit
Op die manier kom je tot bepaalde resultaten. Mede door jaren van vergelijken en concluderen. En vervolgens telkens meteen in praktijk te brengen, om te verifiëren. Want uiteraard is er een zo breed mogelijk inzicht nodig. Toch ook enig doorzettings-vermogen is nodig, wil je met een vogelsoort als de gouldamadine op constante wijze tot de beste resultaten komen.
Zichtbaar resultaat behalen
Want jawel, zeker wanneer het over gouldamadines gaat, komt de volhouders-mentaliteit om het hoekje kijken, wil men zichtbaar resultaat neerzetten.
Waarbij tegelijk ook de vastelling is : "het is helaas niet voor iedereen." Veel hangt af van het antwoord op "wat heb je er voor over ? " Als het antwoord is : "bijna alles (maar niet alles)", ga dan best een andere vogelsoort houden, vele soorten liggen dan nog binnen bereik, maar geen gouldamadines.
Resultaat blijven aanhouden
Deze juweeltjes- vogels bieden de kweker veel, maar ze vragen even veel terug. zeker indien men constante resultaten wil boeken, en blijven boeken, welteverstaan met "authentieke kweek". Hetzelfde indien men jaar na jaar wil blijven scoren op TT... Wil men op termijn resultaat blijven neerzetten, dan kan men zich als kweker nimmer permitteren om "smal in het bloed te gaan". M.a.w. met gould-amadines in verwantschap gaan kweken, is zonder uitzondering, blijvend af te raden.
Minimale sleutel : 4 bloedtrappen in onverwantschap.
De minimale sleutel hier is 4 opéénvolgende bloedtrappen, maar beter nog liefst minstens 5 opéénvolgende bloedtrappen in onverwantschap, vooraleer de F5 terug te brengen naar genetische affiniteiten. In praktijk blijkt dat slechts zeer weinig gouldkwekers hier afdoende rekening (kunnen)mee houden. Meestal omdat ze zich geconfronteerd weten met de remmende beperktheid van de hokpopulatie. En zich even later dus kwalitatief moeilijk langer dan 3 tot 4 jaar op éénzelfde kwaliteitsniveau (in het bijzonder op de TT-uitslag) kunnen handhaven.
Verdere praktijknormen
Teneinde aan negatieve effecten van deze beperktheid van de hokpopulatie te ontkomen, leert de praktijk verder dat hiertoe een opzet dient gehanteerd, waarbij jaarlijks een volume van minimaal 140 tot 150 jonge vogels dienen "breed - open - gekweekt", teneinde bekwaam te zijn om het systeem binnen de beperktheid van de hokpopulatie draaiende te houden op termijn.
Derde voorwaarde
Een derde voorwaarde is vervolgens, een op zijn minst tweejaarlijkse introductie van bloedvreemde indi-viduen uit volkomen onverwante populaties, doch met niettemin zo gelijk mogelijke, phenotypische kwaliteiten. Natuurlijk zo hoog-staand als maar mogelijk. Fokkers die strikt het voorgaande in acht nemen, realiseren voor zichzelf de mogelijkheid om zich langer dan 3 tot 4 jaar kwalitatief ononderbroken aan de top te handhaven. Anderen zullen zich beperkt zien tot de gedwongen optie om overvloedig terug te vallen op constante "willekeur back up" vanuit andere hokken. Doet men dit niet, en gaat men "smal in het bloed", dan volgt even nadien de stille start van teloorgang van de homogene kwaliteit en stabliliteit van de hokpopulatie. Hetgeen vanaf dan ook meteen in praktijk zichtbaar is.
De boodschap onveranderd.
M.a.w. is de allereerste boodschap “hou bloedlijnen breed en open”, wil men zich kwalitatief kunnen handhaven. Voor hokken die minimaal geen 150 gouldamadines per jaar kweken, wordt het al gauw een stuk moeilijker om het hoogste kwalitatieve niveau homogeen door de hokpopulatie te handhaven gedurende langer dan 3 tot 4 opéénvolgende jaren.
"Het breed en open houden" is aldus cruciaal. En daarvoor is back-up uit eigen breedgekweekte lijnen nodig. Breed open gekweekt met minimaal 4 maar toch liefst 5 bloedtrappen in onverwantschap. Want bloedlijnen zijn onderling pas het meest van al rendabel indien voorzien van de allerkleinste genetische affini-teiten. Dit vraagt een termijn-investering van inspanningen. Op zijn minst gedurende 10 tot 15 generaties ononderbroken. Wie als fokker zoveel begrijpt, en er ook het nodige voor over heeft, blijft scoren. Op het hok zowel als op de TT.
Zo af en toe
Gouldamadines kweken betekent dus onveranderlijk "je bedje ruim op voorhand maken". Om niets aan het toeval over te laten. Maar toch.... zo af en toe is er ook wel eens een "lucky strike", steekt het toeval een handje toe. Ook dat heb ik nu en dan zeker wel gehad. Anders was vandaag wellicht het volle buff-bevederings- type genetisch niet meer stabiel op ons hok aanwezig geweest. Volle en rijk-bevederde koppen zijn sowieso schaars onder gouldamadines. Wanneer dat type in het hok komt opduiken, en je kan het uiteindelijk vastleggen zonder inteeltpraktijken, dan is er niet enkel een lange adem voor nodig geweest, maar moet het ook al eens een keertje meezitten. Ook dat is ervaring.
Ervaring & moraal
Vogels houden doe ik vanaf mijn zevende. Al het bovenstaande heb ik gedaan.
Toch... is elke dag opnieuw gewoon een nieuwe dag, met nieuwe bevindingen, en soms toch weer verrassingen.
Toch... is er geen enkele voordracht of lezing waar ik als gastspreker vertrek zonder zelf alweer wat over vogels geleerd te hebben.
Ervaring, dat komt elke keer opnieuw. Gewoon een vaststelling met een eenvoudige moraal : Nooit te oud om te leren. Een meevaller bovendien, want zo blijft de uitda- ging aanwezig. En verveelt het nooit.


ENGLISH introduction
FRANCAIS, l' introduction
NEDERLANDSE introductie


VOEDING 1: zuur-base
VOEDING 2: eiwitbronnen
VOEDING 3: voederinsecten


FOKTECHNIEK : Witborst
FOKTECHNIEK : Luchtvocht
FOKTECHNIEK : Koudbroed


VOEDING 4: vetzucht
VOEDING 5: hormonenlinks
VOEDING 6: Ca -bronnen


VARIA : Kooien / Cages
VARIA : Expo Elst 2009
VARIA : Koudbroed op Vogelcafé


Collega-fokkers : in ISRAËL
Collega-fokkers : in de V.S.
Collega-fokkers : in JAPAN

HOW
to exchange quality?
HOE
Kwaliteits-goulds ruilen?
COMMENT
échanger qualité?


in het lente-GASTENBOEK notre nouveau LIVRE D'OR
our brand new GUESTBOOK


UIT DE LICHTKRANT :

VIDEO: Gouldian comeback
VIDEO : Parents at hatching
VIDEO: Busy Gould Parenting


Onze clubs: de SNGN in NL
Onze clubs: le CDE de France
Onze clubs: Prachtvogel-Aalst


FOTO'S UIT ONS EIGEN ALBUM
Volle koppen, brede borsten De vogels spreken voor zich.